BENEDEN-LEEUWEN – In het streekmuseum Tweestromenland aan de Pastoor Zijlmansstraat 3 in Beneden-Leeuwen zal vanaf 9 maart tot en met 24 augustus 2008 een tentoonstelling te zien zijn van de fiets als voertuig voor één of meer personen. Op het stoep  aan de Zandstraat bij de winkel van De Vries zullen “rijwielen” tijdens de openstellingdagen de weg wijzen naar het museum.

Tot 1966 was de wettelijke term in Nederland rijwiel, in Zuid-Nederland werd ook wel de term velo gebruikt. Op de dag van vandaag praten we over de fiets in algemene zin met als belangrijke bestanddelen: twee wielen, een frame, een stuur, een fietsketting en de trapas met pedalen.

Duiken we in de geschiedenis, dan komen we tegen de baron Karl von Drais, die de loopfiets bedacht, zonder trappers. Dit eerste exemplaar ontstond in 1817. Von Drais noemde zijn vinding velocipede. Het was een hele opgave om met deze “fiets” om te kunnen gaan. Je moest jezelf al steppend ook nog in balans kunnen houden. Om dit te vergemakkelijken werden ook drie- en vierwielers gebouwd. Pas in 1865 ontstond een toestel dat op onze huidige fiets ging lijken. De fransman Pierre Michaux en zijn zoon Ernest bouwden hun  vélocipède. De trappers waren aan de naaf van het grote voorwiel gemonteerd. In 1870 werd deze fiets gevolgd door de hoge bi  Een fiets met een zeer hoog voorwiel en klein achterwiel. Door dit grote voorwiel kon men meer snelheid maken. Ook hier was eveneens een hele opgave om goed in balans te blijven. In 1885 bouwde John Kemp Starley de  Rover, een fiets met kettingaandrijving en een frame uit stalen buizen. De beide wielen waren even groot en omdat deze fiets veel veiliger was dan de  hoge bi  kreeg deze fiets de naam safety.  In 1888 vroeg John Dunlop, een veearts uit Belfast, patent aan op luchtgevulde fietsbanden, die de massieve rubberen banden verving. Daarmee was de ontwikkeling van de fiets vrijwel voltooid. Omdat Robert William Thomson  in 1845 hem al voor was geweest werd het patent ingetrokken.  Wel behield hij het patent op het ventiel. Rubber was trouwens in 1495 al door Columbus waargenomen op Haïti. De zogenaamde “wilden” gebruikten dit materiaal voor een soort balspel en het bleek zeer veerkrachtig. Sindsdien is er aan de fiets niet zo veel meer veranderd. Natuurlijk zijn het hele andere materialen die nu worden toegepast. Zo ook bij de overbrenging. Denk aan de  versnellingen bovendien het kunnen remmen.

 

Tijdens de openstellingsuren van het museum tot 5 mei 2008: zondag, dinsdag en woensdag van 13.30 tot 16.30 uur en na 5 mei 2008 van dinsdag tot en met zondag van 13.30 tot 16.30 uur wordt een scala aan modellen getoond, van zo vroeg mogelijk tot heden. Klein gereedschap en onderdelen maken alles compleet. Het geheel is opgesierd met oude posters en affiches. Overigens op eerste Paas- en Pinksterdag is het museum gesloten.